In de plantkunde wordt met een boom een relatief hoge (doorgaans vanaf vijf meter) overblijvende plant bedoeld met één verhoute stam (ontstaan de secundaire diktegroei) en meestal een kroon. Er is geen nauwkeurige definitie van een boom; overgangsvormen naar een struik komen voor.
De boomlaag is de vegetatielaag waarin bomen domineren. Onder de boomlaag kunnen zich een struiklaag en de kruidlaag bevinden.

